Meer dan twintig kunstenaars laten hun licht schijnen over het spanningsveld tussen echt en onecht.
Wat is er nog écht in deze wereld? Is het een handgemaakte penseelstreek of een prompt voor AI? Een lichaam mét, of een lichaam zonder rimpels? Een praatje met de buren of met bots die menselijke emoties tonen?
In een tijd dat zien allang niet meer geloven is, en juist het omgekeerde steeds vaker voorkomt (geloven = zien), staan twintig kunstenaars stil bij het spanningsveld tussen echt en onecht – digitaal, fysiek, conceptueel of persoonlijk.
Geloof jij je eigen ogen en oren nog, of slaat bij jou de twijfel ook soms toe?
Kom naar de expositie KUNST MATIG in de CultuurHoek. Ontmoet de makers en ga met ze in gesprek over hun werk.
Deelnemende kunstenaars: Greetje Baars, Corneel Bartlema, Roel Berg, Willemein Beth, Jenny Boot, Liesbeth Brouns, Bep van Delden, Lasse van den Dikkenberg, Margreet Feenstra, Trudie van Haaster, Anton Havelaar, Marijke Hoenderdos, George Korendijk, Rick Koster, Ruud Lips, Gera Pronk, Maartje Roos, Roeland Schweitzer, Maria van Susante, Louise Vanderbosch, Veronique Werz en Hans van der Wiele.
Van 13 t/m 21 juni 2026
Dagelijks geopend van 12:00 tot 17:00 uur
Mijn bijdrage aan de expositie
Prikbord
Dit prikbord is als het ware een portret van ons gezin, doordat op het prikbord is te zien waar de gezinsleden zoal mee bezig zijn.
Is het echt of niet echt? Mijn uitdaging was dat de toeschouwer van een afstandje niet kan zien wat is echt (opgeplakt) en niet echt (geschilderd).
Verder is de lijst voor de helft echt en voor de helft geschilderd.
N.T.K.
Zwart geld
Het is inmiddels bijna 25 jaar geleden dat Nederland de overstap maakte van de gulden naar de euro. Vanaf 1 januari 2002 verscheen de contante vorm van de euro en kon men met munten en biljetten van de euro betalen.
Ik kreeg een beeld van al die mensen met zwart geld in een oude schoenendoos op zolder en hoe ze dit nu om konden ruilen naar euro’s? Aangezien ik niet wist hoe dat in zijn werk zou moeten gaan, zit ik dus nog steeds met mijn oude schoenendoos met zwart geld. π
N.T.K., tenzij het totale bedrag in guldens, van een € teken wordt voorzien, wil ik er wel eens over nadenken. π
Keukenraam
Niet geëxposeerd (en N.T.K.), maar ik vind het leuk om toch te vermelden.
Er is geen raam in mijn keuken boven het aanrecht. Aangezien ik het wel fijn zou vinden om naar buiten te kunnen kijken als ik in de keuken bezig ben, heb ik dit raam geschilderd met uitzicht op een Zuid-Limburgs landschap (mijn geboortestreek).
Trompe l'œil
Een trompe-l'œil is een afbeelding in de beeldende kunst waarbij opzettelijk een optische illusie is gecreëerd. Trompe-l'œils zijn vooral bekend in de schilderkunst als schildertechniek waarbij de illusie van driedimensionale objecten of ruimte wordt gecreëerd door een uitermate realistische en gedetailleerde manier van schilderen. Het woord trompe-l'œil betekent gezichtsbedrog. Een tekening in deze stijl wordt in het Nederlands dan ook aangeduid als een 'bedriegertje'.
Toepassingen
Over het algemeen wordt het in stillevens toegepast maar ook in muurschilderingen om bijvoorbeeld de echte aanwezigheid van pilaren of standbeelden te suggereren. In plafondschilderingen kan met deze techniek gesuggereerd worden dat er bijvoorbeeld een koepel op de ruimte aanwezig is. Wanneer alleen grijstonen gebruikt worden spreekt men ook van een grisaille. Deze zogenoemde 'witjes' (naar de meester Jacob de Wit) of 'grauwtjes' waren populair in Amsterdam.
Door het zeer nauwkeurig schilderen van de vormen en vooral de schaduwen van de voorwerpen wordt een sterke diepte-illusie bereikt. De belichting zou strikt moeten overeenkomen met de belichting die van nature in de ruimte aanwezig is. Deze zeer bewerkelijke en kunstige vorm van schilderen kan worden gezien als een begerenswaardig ambacht, dat ook vrij kostbaar was.
Geschiedenis
De Romeinen gebruikten deze techniek al door op muurschilderingen doorkijkjes naar bijvoorbeeld een tuin te schilderen. Voorbeelden hiervan zijn overgebleven in Pompeï.
Een versie van een vaak verteld verhaal uit het oude Griekenland gaat over een wedstrijd tussen twee beroemde schilders. Zeuxis (geboren rond 464 v.Chr.) maakte een stilleven dat zo overtuigend was dat vogels neervlogen om aan de geschilderde druiven te pikken. Een rivaal, Parrhasius , vroeg Zeuxis om een ββvan zijn schilderijen te beoordelen, dat zich achter een paar gescheurde gordijnen in zijn studeerkamer bevond. Parrhasius vroeg Zeuxis om de gordijnen opzij te schuiven, maar toen Zeuxis dat probeerde, lukte dat niet, omdat de gordijnen onderdeel waren van Parrhasius' schilderij – waardoor Parrhasius de winnaar werd.
In de Renaissance werd de techniek geperfectioneerd, en werd in kloosters, kerken of andere ruimtes bijvoorbeeld een extra deur of raam gesuggereerd. Daarmee werd de ruimtelijkheid vergroot. Wat dit betreft lijkt de techniek wel wat op het gebruik van spiegels om een ruimte groter te laten lijken.
Sinds de 17e eeuw werd de techniek bekritiseerd, men vond het schilderen van dit soort leuke onderwerpen plezier voor "platte geesten."
De naam voor de schilderwijze, trompe-l'œil, werd voor het eerst gebruikt op de Parijse Salon van 1800.
In het begin van de twintigste eeuw werd de techniek in allerlei rijk versierde interieurs toegepast door zogeheten "peintre-décorateurs." De kubisten uit die tijd pasten de techniek ook toe in hun stillevens, zoals Juan Gris, maar ook Pablo Picasso, Georges Braque.
Optische illusies komen ook voor in de mozaïekkunst, de beeldhouwkunst, de schrijnwerkerij en in straatkunst (krijttekeningen, graffiti).
Eind 20ste en begin 21ste eeuw worden huizenhoge muurschilderingen in trompe-l'œil gerealiseerd op kale muurvlakken, zoals in de Franse plaatsen Cannes, Langres en Besançon, in het Zweedse Gävle en het Noorse Stavanger. Zelfs vrachtwagens worden zo beschilderd dat men de indruk krijgt erin te kunnen kijken.
Bron: wikipedia (verkorte versie}